Home News

Latest news

Latest news

Caterpillar saliva alters scent composition of plants

hornworm_adultCaterpillar saliva alters scent composition of plants

 

Since plants are subject to insect attacks, they have developed all sorts of advanced defence mechanisms over the course of evolution. One particular defensive strategy is the release of scent particles that attract the natural predators of a harmful insect. This was found in a research carried out by Silke Allmann at the University of Amsterdam.

In a field trial with wild tobacco (Nicotiana attenuata) plants were found to be able to alter the composition of the scent emitted, after being attacked by the Tobacco Hornworm (caterpillars of the Manduca sexta moth). Through the saliva of the caterpillar the plant can 'detect' by which species it is being eaten. It then starts to release a scent that attracts one particular insect: a predatory bug that feeds on Manduca eggs and young larvae.

Source: University of Amsterdam, 2012/01/10

 

Major water and fertilizer savings attainable for tomato crops grown on DP Optima™ coco slabs

 

Made, the Netherlands, 9 January 2012: In greenhouse trials carried out over the course of 2011 at the facilities of PlantResearch in Made, the Netherlands, the DP Optima ™ double layer coco slabs from Dutch Plantin were found to require 10 to 20% less water and fertilizer feed than rock wool slabs of similar dimensions, while still producing the same tomato yield. This would not only make coco slabs well suited for areas where water is a limiting factor in horticultural production, it also provides sustainability benefits in horticultural advanced regions such as Europe or North America.

 

The research was conducted at the request of Dutch Plantin, one of the world’s leading suppliers of coco coir for use in horticultural substrates. The trial ran from late January until mid-December 2011 in a 180m² greenhouse without additional CO2 dosage or assimilation lighting. The tomato variety used was Solanum lycopersicon L. var. ‘Ever’, with plant density being 1.4 plants per m2 and a fertilizer feed of EC 3.5 mS/cm and pH 5.2.

 

Developed for emerging economies

“The double layer coco slab was especially developed for emerging economies in Asia and South America, or for regions where water supply is a limiting factor,” says Wim Roosen, Account Manager at Dutch Plantin Coir India Pvt. Ltd. “We realised we had a good product, but the trial results at PlantResearch exceeded our expectations. Less water and less fertilizer mean lower costs for our customers, which is further enhanced by efficient logistics. A 40ft (12m) sea container can hold three times more coco slabs than rock wool slabs. When you take into consideration we sell more than two million of these slabs every year, that makes a huge difference.”

 

Additional financial benefits

Roosen goes on to say, “The coco slabs have potential even for horticultural advanced regions here in Europe or North America. Even though water supply is usually not an issue, less drainage usually means less water to be cleaned and decontaminated, so smaller installations will suffice. Furthermore, at the end of the growth cycle coco slabs can be disposed of as low-cost compostable waste or even used as fuel in bio-energy plants thereby providing additional financial benefits when compared to rock wool, of which only a small portion can be recycled.”

Environmental benefits

Ron Galiart MSc., Senior Researcher at PlantResearch adds, “The result of this trial has significant environmental benefits. Less drainage means fewer waste nutrients seep into the environment. Further many of the regions that see an increase in demand for fresh vegetables also happen to be disadvantaged by a limited supply of fresh water. Our research has shown that the DP Optima coco slabs will still offer a good yield due to their water-retention capacity and thus positively contribute to feeding our world,” Galiart concludes.

 

About Dutch Plantin

With more than ten production sites in Asia, Africa and the Netherlands, Dutch Plantin is the world's largest producer of coco coir and other coco related products. The company was established in 1984, and has since developed a range of applications for coco coir, such as a growth medium for horticulture and as an additive for peat based potting soils. Dutch Plantin now produces and supplies coco peat and other coco products in all shapes, sizes and mixtures. Dutch Plantin stands for continuity in quality and an environmentally sound and sustainable production of coco peat.

For more information www.dutchplantin.com

 

About PlantResearch BV

PlantResearch BV is a dedicated, independent research and consultancy company specialized in substrates, organic and non-organic fertilizers and growth enhancing products for the horticultural industry. In addition to carrying out greenhouse trials, PlantResearch can provide customized product development and registration, and has a wealth of understanding in solving cultivation problems and analyzing production losses. Due to the combination of fundamental knowledge and the practical experience of its highly trained staff, PlantResearch is one of the fastest growing horticultural research companies in the Netherlands.

Note for editors

For more information and images in high resolution, please contact:

PlantResearch BV

Peter Ibes

Tel: +31 (0)162 68 10 70

eMail: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it

Dutch Plantin

Wim Roosen

Tel: +31 (0)610 569 218

eMail: This e-mail address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it

 


Available charts and images:

 

 

Chart 1:

Average water consumption of rock wool versus coco slabs

 

Chart 2:

Total tomato harvest in the comparison trial of rock wool versus coco slabs

 

 

 kas

Photo caption 1:

A peek into the trial greenhouse at PlantResearch; using a range of (wireless) devices the electric conductivity, acidity, temperature, root pressure and moisture content were monitored at various levels within each of the rock wool and coco slabs tested, while the input was used to automatically adjust the fertilizer feed.

 kokosplank

 

Photo caption 2:

The typical water flow within the Dutch Plantin double layer coco slab, made visible using a water soluble blue dye in the watering system

 

Hoogste nauwkeurigheid en groot debiet voor precisiemeting watergift dankzij ultrasone techniek

There are no translations available.

PLRPR004_ultrasone_flowmeter_1_lo_resJoh. Vos Capelle BV installeert bij PlantResearch in Made de eerste
GeorgFischer U-3000A clamp-on flow meter in de Nederlandse tuinbouw

 

Hoogste nauwkeurigheid en groot debiet voor precisiemeting watergift dankzij ultrasone techniek

Made, 30 november 2011 - Joh. Vos Capelle BV heeft bij PlantResearch in Made de eerste U-3000A clamp-on flowmeter van Georg Fischer Piping Systems in de Nederlandse tuinbouw geplaatst. De flow meter is uniek omdat de stroomsnelheid niet alleen in metalen buizen, maar ook in kunststof leidingen gemeten kan worden. De flowmeter bepaalt de stroomsnelheid van het voedingswater van buitenaf door middel van ultrasone geluidsgolven. Dat betekent dat er geen bewegende delen binnen in de leiding gemonteerd hoeven te worden en er geen drukverlies in de leiding optreedt door obstakels in de vloeistof. De meter is geschikt voor leidingen met een diameter van 13 tot 2000 mm, en werkt met een hoge nauwkeurigheid.

Bij het inrichten van een kasproef met tomaten waarbij specifiek naar het waterverbruik wordt gekeken, bleek een standaard literteller niet te voldoen. "Het watergeefsysteem op ons bedrijf bestaat uit één systeempomp en diverse kranen. Die kranen voorzien een aantal proefvakken van hun voedingsgift, waarbij per kraan achttien tot 360 druppelaars zijn aangesloten. Omdat we heel nauwkeurig willen weten hoe groot de watergift naar de diverse proefvlakken is, zochten we een watermeter die geschikt is voor dit debiet. Dat lukte niet met een 'standaard' mechanische literteller. Die werken namelijk alleen bij kleine volumes of bij grote volumes, maar nooit voor beide," aldus Martien Boers, kas supervisor bij PlantResearch.

"Vanwege het grote belang dat PlantReseach hecht aan een precieze watermeting, zowel bij grote als bij kleine volumes, zijn we bij verschillende toeleveranciers gaan kijken wat de eventuele opties zouden zijn," vertelt Ronnie Vos van Joh. Vos Capelle BV . "We zijn toen met waterspecialist Marc Thielsch van George Fischer bij PlantResearch gaan kijken en hij stelde toen voor om de nieuwe U-3000A clamp-on flowmeter te proberen. Omdat deze meter nog nieuw is in het pakket van GF is er eerst een proefopstelling gemaakt om te kijken of de meting voldeed aan de verwachting. Na de eerste test, was het al snel duidelijk dat deze meter precies aan de eisen van PlantResearch voldeed. De meter is nu geïnstalleerd en is daarmee de eerste in Nederland."
De werking van een ultrasone flowsensor
Bij een ultrasone meting wordt de doorstroomsnelheid berekend door het looptijdverschil te meten. Dat gebeurt bij de clamp-on flowmeter van GF door twee omvormers aan de buitenkant van de leiding te plaatsen. Deze omvormers kunnen zowel een signaal uitzenden als ontvangen. Eén omvormer wordt stroomopwaarts geplaatst de andere stroomafwaarts. Nadat de omvormer stroomopwaarts een ultrasoon geluidsignaal heeft afgegeven, ontvangt de omvormer stroomafwaarts dit. Deze genereert vervolgens zelf een signaal dat weer door de omvormer stroomopwaarts wordt opgevangen. Het signaal dat met de stroming mee gaat komt eerder bij de ontvangende omvormer aan dan het signaal dat tegen de stroming in gaat. Het verschil in tijd (ongeveer 30 nanoseconde bij een snelheid van 1 m/s) is proportioneel met de stroomsnelheid en kan dus worden gebruikt om de snelheid te berekenen.

Ultrasone flowsensoren zijn heel geschikt om te worden ingezet voor het meten van de stroomsnelheid in drinkwater, rivierwater, gedemineraliseerd water, water-glycol mengsels, hydraulische oliën, diesel en benzinechemicaliën.




 

Veren- en hoefmeel verbeteren ziektewering bodem

There are no translations available.

 

q


dinsdag 8 november 2011

De bodemschimmel Rhizoctonia kan o.a. de teelt van suikerbietenplanten aantasten. Eerder onderzoek van PRI toonde aan dat Lysobacter-soorten in de bodem deze bodemschimmel biologisch kunnen bestrijden. Het gaat om drie nauwverwante soorten met antagonistische (remmende) werking tegen verschillende schimmels.
Deze bacteriën komen van nature in lage aantallen voor in de bodem. Nieuwe experimenten laten onder geconditioneerde omstandigheden zien dat we de antagonistenwerking van Lysobacter kunnen stimuleren door chitine en goedkope eiwitrijke reststromen, zoals verenmeel en hoefmeel, aan de bodem toe te voegen. Hierdoor neemt de ziektewering van de bodem toe, waardoor minder bestrijdingsmiddelen nodig zijn. In vervolgonderzoek wordt gekeken naar hoe telers dit het best in het veld kunnen toepassen.
Bij toepassing in het veld zijn twee strategieën mogelijk:
1. het gebruik van reststoffen optimaliseren om de ziektewering te stimuleren of
2. de reststoffen gebruiken als meststof met als positief bijeffect stimulering van ziektewering.
De voorgestelde maatregelen verhogen duurzaam bodembeheer door gebruik te maken van de aanwezige potenties in de bodem om ziektes te beheersen. De toepassing van dierlijke reststoffen draagt bovendien bij aan het sluiten van kringlopen.
Bepaling van de ziektewering tegen Rhizoctonia aan de hand van de verspreiding van ziektesymptomen in jonge suikerbietenplanten onder gecontroleerde omstandigheden. (foto)

Bron: Wageningen UR

 

Verder met kleiner Productschap Tuinbouw

There are no translations available.

15 november 2011

p

Een beperkt kernpakket aan taken, aangestuurd door ondernemingen, fors lagere heffingen, een kleiner, democratisch bestuur en een kleinere werkorganisatie. Dat zijn de kenmerken van een compact Productschap Tuinbouw (PT). Het PT-bestuur besloot vandaag dat deze modernisering uiterlijk 1 april 2012 moet zijn ingevoerd.

De modernisering volgt op de ondernemerspeiling die het PT dit voorjaar hield. “Ondernemers gaven daarin glashelder aan dat het nu tijd is voor vernieuwing,” aldus PT-voorzitter Agnes van Ardenne.  Drie thema’s blijven tot het kernpakket van het nieuwe PT behoren: ‘Voeding, groen & gezondheid’, ‘Plantgezondheid & fytosanitaire zaken’ en ‘Duurzame ketens’. Deze taken zijn van publiek belang én hebben tegelijk een grote toegevoegde waarde voor de gezamenlijke bedrijven in de tuinbouw. Vanwege het grote aantal MKB-bedrijven in de tuinbouw komt dit soort activiteiten privaat niet van de grond. Door de wetgevende bevoegdheid van het PT in te zetten lukt dit wel, zonder zogenaamde ‘freeriders’, bedrijven die geen bijdrage leveren maar wel profiteren.

Het nieuwe PT investeert niet langer in marktactiviteiten als productpromotie, marktonderzoek en (informatie)logistiek. Deze taken zijn privaat op te pakken. Wel blijft het PT Europees beleid en regelgeving uitvoeren, in opdracht van en betaald door de rijksoverheid.

Bron: Productschap Tuinbouw

 

 

 
More Articles...